Home News Het Anses en het Belgisch Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) gezamenlijk aangewezen als ‘Europees Referentielaboratorium’ voor mond-en-klauwzeer
Afdrukken E-mail

Het Anses en het Belgisch Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) gezamenlijk aangewezen als ‘Europees Referentielaboratorium’ voor mond-en-klauwzeer

 

Het Frans-Belgisch consortium is geselecteerd na een oproep tot kandidaten van de Europese Commissie in mei 2017 met het oog op de vervanging van de huidige mandaathouder, het Pirbright Institute in het Verenigd Koninkrijk. Met deze beslissing, die per 1 januari 2019 van kracht wordt, huldigt de Europese Unie de inzet van de twee instellingen ten dienste van de diergezondheid evenals de onberispelijke kwaliteit van hun onderzoek.

 

Een nieuw ‘Europees Referentielaboratorium’ voor mond-en-klauwzeer

Mond-en-klauwzeer is een extreem besmettelijke veeziekte die extra aandacht van de gezondheidsautoriteiten vereist. Het gaat om een ernstige pathologie die zware schade kan toebrengen aan de productie en internationale handel van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, alsook aan de voedselveiligheid en de economische ontwikkeling op lokaal en mondiaal niveau.

Door de toekenning van het statuut van ‘Europees Referentielaboratorium (EURL)’ voor mond-en-klauwzeer aan het laboratorium voor diergezondheid van het Anses en aan het CODA, huldigt de Europese Commissie niet alleen het werk en de wetenschappelijke uitstraling van de twee organisaties op Europees en internationaal niveau maar ook hun gecoördineerde mobilisatie voor de grote uitdagingen op gezondheidsvlak.

 

Het Anses en het CODA zijn sinds lang partners

De twee organisaties, sinds 2009 verbonden door een samenwerkingsovereenkomst die overigens recent vernieuwd is, hebben hun krachten de afgelopen jaren meermaals gebundeld, meer bepaald in het kader van hun gezamenlijke deelname aan projecten voor onderzoek in de diergezondheid en de voedselveiligheid. Het Anses en het CODA werken al geruime tijd samen op het vlak van de diagnose en de referentie-activiteiten, zowel op het gebied van de pathogene agentia verantwoordelijk voor epizoötieën en zoönosen als op het gebied van de chemische agentia die de voedselketen zouden kunnen besmetten.

Het CODA is aangesloten bij het netwerk Med-Vet-Net, het Europees netwerk voor voedselzoönosen, en zo tevens partner van het Europese onderzoeksproject ‘One Health’ dat door het Anses wordt gecoördineerd. Dit project start in januari 2018 en heeft betrekking op voedselzoönosen, antibioticaresistentie en opduikende risico’s ten gevolge van infectieziekten. Tot slot maakt het CODA ook deel uit van het redactiecomité van Euroreference, het Europese referentiemagazine gestuurd door het Anses en inmiddels een coproductie van 18 Europese organisaties.



Het laboratorium voor diergezondheid van Maisons-Alfort is in 1901 opgericht ter bestrijding van mond-en-klauwzeer, destijds endemisch in Europa en inmiddels uitgeroeid in tal van ontwikkelde landen. Het laboratorium, nationaal referentielaboratorium voor mond-en-klauwzeer en sinds juni 2015 ook referentielaboratorium van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), werkt actief mee met de internationale organisaties (OIE, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties of FAO en de Europese Commissie voor de bestrijding van mond-en-klauwzeer) in de wereldwijde strijd tegen de ziekte. Zo draagt het bij tot een hele rist acties voor de harmonisatie van de controleprogramma’s, de standaardisatie van de diagnose, de vorming en de expertise op internationaal niveau, in de landen waar de ziekte nog woedt, meer bepaald in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Het Belgisch Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) draagt met zijn deskundig onderzoek en expertise bij tot een proactief beleid op het gebied van diergezondheid, voedselveiligheid en volksgezondheid op Belgisch en internationaal niveau. Het CODA is ook één van de referentiecentra voor mond-en-klauwzeer van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) en maakt deel uit van de ‘meewerkende centra’ van de OIE. De instelling zat 10 jaar lang de onderzoeksgroep van de Europese Commissie in de strijd tegen mond-en-klauwzeer voor. De eenheid ‘Vesiculeuze en Exotische Ziekten’ van het CODA heeft tot slot meerdere Europese onderzoeksprogramma’s met betrekking tot mond-en-klauwzeer gecoördineerd en neemt samen met verschillende gejumeleerde Afrikaanse landen, waaronder Nigeria en Burundi, deel aan onderzoeksprogramma’s.