Home News Het EFSA cofinanciert het project ‘Nanofood@’, ontwikkeld door het CODA en het WIV
Afdrukken E-mail

Het ‘Nanofood@’ project, in 2016 opgezet met de financiële steun van de FOD Volksgezondheid, heeft als doel om enerzijds de fysische en chemische eigenschappen van het nanomateriaal aanwezig in drie alledaagse voedseladditieven te bepalen en anderzijds de blootstelling van de bevolking aan die substanties via onze voeding te evalueren.


Met dit teken van vertrouwen eert het EFSA niet alleen de aanzienlijke expertise die het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA) op het vlak van het onderzoek naar nanomaterialen geniet, maar ook de rijke ervaring van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) op het vlak van de toxicologische evaluatie van de blootstelling aan uiteenlopende substanties, in dit geval aan nanopartikels, via drie voedseladditieven.


Identificatie van nanomaterialen dankzij gevalideerde methoden
Het project ‘Nanofood@’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel, gestart in 2016, ontwikkelt en valideert analytische methoden voor de identificatie van nanomaterialen aanwezig in drie veelvoorkomende voedseladditieven: titaniumdioxide (E171), zilver (E174) en goud (E175).

Titaniumdioxide wordt onder meer gebruikt om oppervlaktes, bijvoorbeeld van suikergoed, te laten glanzen. Zilver en goud worden bijvoorbeeld aangetroffen op sommige soorten snoepgoed en in sterke drank, onder de vorm van vlokken. Op termijn zullen de identificatiemethoden de analyse mogelijk maken van de fysische en chemische eigenschappen (grootte, vorm, (kristal)structuur) van de fractie van het nanomateriaal aanwezig in de drie additieven en in de voedingsmiddelen die deze additieven bevatten. Dit eerste deel van het project wordt in de loop van het eerste semester van 2018 afgerond.


Blootstelling van de bevolking(en) evalueren
In het tweede deel van het ‘Nanofood@’ project, gefinancierd door de FOD Volksgezondheid en het EFSA, worden de ontwikkelde en gevalideerde karakteriseringsmethoden toegepast om de blootstelling van de Belgische en Europese bevolking aan de nanofractie van de drie voedseladditieven te evalueren. Op basis van een marktonderzoek in Belgische supermarkten en speciaalzaken (bakkerijen, chocoladewinkels, online winkels enz.) zal het WIV een evaluatiemodel ontwikkelen dat de werkelijkheid op het gebied van het voedselaanbod in België en Europa weerspiegelt.

De eerste resultaten worden in de loop van 2020 verwacht. Op termijn zullen zij aan het EFSA de gelegenheid bieden om, indien nodig, zijn richtlijnen op het vlak van de blootstelling aan nanopartikels via de drie voedseladditieven te verfijnen en bij te sturen en dit, voor alle landen van de Europese Unie. Zowel de methodologie als het model zullen aan andere Europese landen worden aangeboden om de blootstelling van hun bevolking te evalueren.


Nieuwe uitdagingen aangaan
Het ‘Nanofood@’ project is een voorbeeld van de nieuwe uitdagingen waarmee onze maatschappij, en specifiek de wetenschappelijke instellingen, geconfronteerd worden. De introductie en toepassing van nieuwe, innovatieve technologieën, zoals nanotechnologie, brengen een belangrijke vooruitgang voor de economie en de volksgezondheid met zich mee, maar ook mogelijke risico’s. Om dit te begeleiden werden de voorbije jaren nieuw wetten en regels ingevoerd en aangepast op nationaal en Europees vlak. Om deze wet- en regelgeving te kunnen implementeren is het gebruik van toptechnologie onmisbaar.


Het CODA en het WIV wensen deze aan te blijven bieden. Daarom hebben de algemene directies van beide instellingen onlangs de aankoop van een analytische elektronische microscoop van de laatste generatie goedgekeurd. Deze investering, niet gering, wijst op een toekomstgericht beleid waarbij de beste middelen worden ingezet om projecten, zoals het ‘Nanofood@’ project, tot een goed einde te brengen met betrouwbare en kwalitatief hoogstaande resultaten, in samenwerking met nationale en Europese partners.