Afdrukken E-mail

Onderzoeksthema : Spoorelementen

De kern van de activiteiten is de analytische capaciteit van de eenheid op het vlak van spoorelementen die toelaat analysen voor derden uit te voeren, maar vooral om de verschillende onderzoeksprojecten analytisch te ondersteunen. Er wordt naar gestreefd om de analysen in de meest diverse matrices verder te optimaliseren en nieuwe technieken op punt te stellen om op een accurate manier spoorelementen te bepalen die een bedreiging zouden kunnen vormen voor de veiligheid van de voedselketen.

In het kader van de chemische veiligheid van de voedselketen worden analyses van Arseen(AS), Cadmium (Cd), Kwik (Hg), Lood (Pb) en andere spoorelementen uitgevoerd in de meest diverse matrices. De analyses voor de vier elementen die opgesomd werden gebeuren onder accreditatie (BELAC 172-TEST).
SpoorelementenOp het vlak van wetenschappelijk onderzoek is de eenheid onder andere sterk begaan met de biomonitoring van atmosferische depositie van spoorelementen door het gebruik van culturen in bakken. Bijzonder is dat een verband tussen fysisch-chemische metingen van de luchtverontreiniging en de accumulatie van spoorelementen in culturen van groenten en grassen wordt onderzocht als middel om de transfers in de voedselketen na te gaan.

 

De eenheid is tevens intens betrokken bij internationale projecten die de verspreiding van spoorelementen via de lucht in kaart brengen. Zo bestaat er een Europees meetnet waarbij om de vijf jaar mossen worden bemonsterd en geanalyseerd ten einde een Europees verspreidingspatroon van de verontreiniging vast te leggen.


Een tweede luik van het onderzoek richt zich naar de transfer van spoorelementen uit de bodem naar de voedselketen en de impact ervan op voedingsmiddelen van plantaardige en van dierlijke oorsprong. Dierlijke producten die op die wijze al onderzocht werden zijn vlees, nieren en lever van runderen en eieren van kippen met vrije uitloop. In de mate van het mogelijke wordt de integrale voedselketen bestudeerd.


Bijzondere aandacht wordt daarnaast besteed aan de speciatie van arseen en seleen. Dit betekent dat, in voedingsmiddelen, de verschillende chemische vormen en verbindingen gescheiden en afzonderlijk bepaald worden. Dergelijk speciatieonderzoek is belangrijk omdat de toxiciteit en biobeschikbaarheid van de verschillende vormen sterk uiteenlopend kan zijn.


In bepaalde voedingsmiddelen die rijk zijn aan arseen (zoals bepaalde mariene organismen) blijkt dat element hoofdzakelijk voor te komen in een vorm die niet toxisch en niet biobeschikbaar is.
Selenium (Se) is een element dat een gunstige invloed heeft op de gezondheid als beschermend middel tegen bepaalde kankers. Bij een overmaat aan Spoorelementenselenium kunnen echter toxische effecten ontstaan en de marge tussen te weinig en te veel selenium is vrij beperkt. In onze streken is er eerder te weinig selenium aanwezig in de voeding. Dat heeft te maken met een beperkte aanwezigheid in de bodem en een slechte opneembaarheid door de planten. Bovendien is de biobeschikbaarheid van een aantal seleenverbindingen vrij beperkt.
Het is om die reden belangrijk dat precies geweten is welke vormen er voorkomen in de verschillende voedingsmiddelen. In een afzonderlijke studie wordt de biobeschikbaarheid van elk van die vormen verder bestudeerd.


Aan de meeste van de wetenschappelijke studies die worden uitgevoerd wordt tevens een risico-evaluatie gekoppeld. Dat betekent dat niet alleen de aanwezigheid van spoorelementen en hun biobeschikbaarheid bestudeerd wordt maar dat ook de risico's voor de consument bij verhoogde gehalten ingeschat wordt.


De eenheid beschikt tevens over een jarenlange ervaring op het vlak van de analyse van fluoriden in plantenmateriaal en dierenvoeders en tevens van chloriden in plantenmateriaal.