Afdrukken E-mail

Colibacillose

ANDERE NAAM :
E. coli-infecties

ALGEMENE INFORMATIE :

ColibacillosisEscherichia coli is een normale bewoner van het darmkanaal. E. coli die virulentiegenen bevatten die coderen voor kolonisatiefactoren of toxinen, zijn echter pathogeen en kunnen, afhankelijk of de diersoort, onder andere diarree, septicemie, infecties van de urinewegen en nierfalen veroorzaken.
Zoönotische E. coli kunnen van dieren (meestal vee) op mensen overgedragen worden en kunnen daar ziekten veroorzaken, hoewel ze normale, onschadelijke bewoners zijn van het darmkanaal bij het dier.

Pathogene E. coli in voedselproducerende dieren vormen een heterogene groep van bacteriën waarvan we ETEC, EPEC, STEC, NTEC en APEC hier in beschouwing nemen.


- Enterotoxigene E. coli (ETEC) worden gedefinieerd als bacteriën die diarree veroorzaken vanwege kolonisatiefactoren (voornamelijk fimbriae) en enterotoxinen (ST, LT).
- Enteropathogenic E. coli (EPEC) coderen voor virulentiesequenties (LEE, locus of enterocyte effacement) die karakteristieke "attachment and effacement" lesies veroorzaken in de darm van de gastheer.
- Shigatoxineproducerende E. coli (STEC) scheiden complexe toxinen uit die dodelijk zijn voor cellen die de overeenstemmende toxinereceptor tot expressie brengen. Bij kalveren kunnen STEC diarree veroorzaken, terwijl STEC-infectie bij jonge varkens geassocieerd wordt met oedeemziekte (slingerziekte).
- Necrotiserende E. coli produceren CNF-toxinen (cytotoxic necrotizing factor)en worden vaak geassocieerd met diarree en septicemie bij kalveren.
- Aviaire pathogene E. coli , pathogeen voor pluimvee
- RPEC: Konijnpathogene E. coli

A.De zoönotische enterohemorrhagische E. coli (EHEC) worden gedefinieerd als een subset van Shigatoxineproducerende E. coli (STEC) die geassocieerd worden met ziekte bij de mens. E. coli-serogroepen O26, O103, O111, O113, O145 en O157 worden voornamelijk gekoppeld aan zwaar nierfalen bij mensen, het zogenaamde hemorrhagisch urmisch syndroom.


EHEC-infecties bij mensen zijn normaal het gevolg van direct contact met besmet vee, of door inname van verontreinigd, slecht hittebehandeld vlees, of melk afkomstig van besmette dieren.Colibacillosis

 

De dieren scheiden de pathogeen uit zonder enige klinische symptomen te vertonen. Met EHEC besmette patiënten lijden echter aan buikpijn of waterige diarree en de symptomen kunnen ernstiger worden, naamelijk bloederige diarree, hemorrhagische colitis (HC) en hemorrhagisch uremisch syndroom (HUS). Vooral bij jonge kinderen en oudere mensen is de infectie levensbedreigend.

 

Risicoanalyse toonde aan dat kruisbesmetting van de karkassen van runderen in het slachthuis met E. coli O157 en andere EHEC een kritisch punt is in de besmetting van de voedselketen.

 

In de routine is de diagnose gebaseerd op de isolatie van EHEC O157 in overeenstemming met ISO16654. De werkwijze bestaat uit de aanrijking van de flora in het monster, gevolgd door concentratie van E. coli O157 door middel van immunomagnetische scheiding en uitplaten op selectieve agar. Bevestiging van de aanwezigheid van toxinegenen (stx1 en stx2) en kolonisatiefactorsequentie eaeA door middel van PCR is van essentieel belang om de virulentie van het isolaat in te schatten. Isolatiemethoden voor andere serotypen van E. coli zijn omslachtiger (differentiële biochemische eigenschappen, PCR) en minder gevalideerd. Serologische tests zijn niet beschikbaar.

 

- Aangifteplichtige ziekte : Zoönotische E.Coli in de primaire productie kan een risico betekenen voor de openbare gezondheid en moet gemeld worden ann het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).

 

B. Pathogene E. coli in voedselproducerende dieren.

 

E. coli is nog steeds een belangrijk pathogeen in verschillende voedselproducerende dieren.

 

- Bij varkens kan E.coli neonatale diarree, speendiarree en oedeemziekte veroorzaken. Bij runderen veroorzaakt E.coli neonatale diarree die vaak evolueert tot septicemie. Virulentiegenen coderen voor verschillende virulentieeigenschappen. Vele daarvan zijn gekend, hoewel er vaak geen virulentiegenen kunnen aangetoond worden. Dit is mogelijk te wijten aan nog onbekende virulentiegenen of simpelweg omdat de geïsoleerde E. coli-stam op zichzelf niets te maken heeft met de pathologie.

 

Het is onmogelijk een onderscheid te maken tussen virulente en niet-virulente E. coli bij het uitvoeren van algemene bacteriologie (isolatie en identificatie gebaseerd op biochemische eigenschappen). Voor isolaten van varkens mag men zich slechts gedeeltelijk baseren op hemolyse, die vaak geassocieerd wordt met pathogeniciteit.

 

- Voor E.Coli van runderen is er ook geen eenvoudige hulp beschikbaar. Agglutinatietests voor adhesiefactoren en PCR's voor genen die virulentietrekken coderen, kunnen duidelijk maken of de stam potentieel pathogeen is.
Konijnpathogene E. coli, die diarree bij konijnen veroorzaakt, worden onderzocht op hun biochemische eigenschappen en serotype. Ook genetische tests zoals PCR kunnen uitgevoerd worden.

 

- Colibacillose veroorzaakt door aviaire pathogene E. coli (APEC), is een van de hoofdoorzaken van wereldwijde economische verliezen in de pluimvee-industrie. Verliezen komen op alle leeftijden voor en zijn te wijten aan een afname van het broedpercentage, een verhoogd sterftecijfer, verlaagde productie, afkeuring van de kadavers verwerkings-en behandelingskosten.Colibacillosis

 

- Letsels geassocieerd met colibacillose bestaan voornamelijk uit airsacculitis, peritonitis, polyserositis en septicemie. Colibacillose wordt gewoonlijk beschouwd als een secundaire ziekte die volgt op een primaire infectie met respiratoire pathogenen en/of ongunstige omgevingsomstandigheden, maar kan ook een primaire oorzaak van ziekte zijn.

 

- Er is onvoldoende gekend over virulentie bij APEC. Er zijn verschillende virulentiegenen geassocieerd met APEC, maar geen enkele is ondubbelzinnig. Specifieke serotypes zijn geassocieerd met APEC: O78 is de meeste voorkomende in België, en daarnaast spelen O1 en O2 ook een belangrijke rol. Andere serotypen kunnen af en toe gevonden worden.

Vaccinatie tegen E. coli infecties is verre van doeltreffend. Daarom is een antibioticumbehandeling vaak nodig. Antibioticumresistentie is echter een steeds groter wordend probleem. Ziekten veroorzaakt door E. coli zijn moeilijk te behandelen en dit kan gedeeltelijk te wijten zijn aan het hoge resistentieniveau.

ROL VAN HET CODA-CERVA :

  • DIAGNOSE

De isolatie van E. coli O157 volgens ISO16654 en de expressie van virulentiegenen door multiplex PCR zijn beschikbaar.
Het CODA-CERVA neemt deel aan de ringonderzoeken (isolatie van E. coli O157 en karakterisering van STEC) en de workshops van het EU-RL VTEC in Rome.
Diagnose van pathogene E. coli in runderen, varkens, pluimvee en konijnen.

  • ONDERZOEK

Er is een voortdurende opvolging van de evolutie van virulentiegenen in pathogene E. coli in varkens en runderen.
Alternatieve strategieën voor de behandeling en preventie van E. coli-infecties (voornamelijk gericht op APEC) worden onderzocht.
Resistenties aanwezig in deze pathogene stammen worden onderzocht om het therapeutische potentieel na te gaan.

  • EXPERTISE

Deelname aan officiële werkgroepen georganiseerd door de Federale Openbare Dienst van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en het Milieu en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen over zoönotische E. coli.


WETENSCHAPPERS VERANTWOORDELIJK VOOR DIT ONDERWERP :

Vicky Jasson : zoonotic E. coli.

Pierre Wattiau : animal pathogenic E. coli.


CODA-CERVA PUBLICATIES :

2009
- Madoroba E, Van Driessche E, De Greve H, Mast J, Ncube I, Read J, Beeckmans S. Prevalence of enterotoxigenic Escherichia coli virulence genes from scouring piglets in Zimbabwe. Trop Anim Health Prod. 2009, 41(7):1539-47.

2008

- Bruggeman M., A. Decostere, F. Pasmans, F. Haesebrouck, and P. Butaye. 2008. Zin en onzin van het onderzoek van fecesstalen van honden met diarree op de aanwezigheid van Escherichia coli. Vlaams Diergen. Tijdschr., 78:177-181.
- Hendriksen R.S., D.J. Mevius, A. Schroeter, C. Teale, E. Jouy, P. Butaye, A. Franco, A. Utinane, A. Amado, M. Moreno, C. Greko, K.D. Stark, C. Berghold, A.L. Myllyniemi, A. Hoszowski, M. Sunde, and F.M. Aarestrup. 2008. Occurrence of antimicrobial resistance among bacterial pathogens and indicator bacteria in pigs in different European countries from year 2002 - 2004; the ARBAO-II study. Acta Vet. Scand.
- Hendriksen R.S., D.J. Mevius, A. Schroeter, C. Teale, E. Jouy, P. Butaye, A. Franco, A. Utinane, A. Amado, M. Moreno, C. Greko, K.D. Stark, C. Berghold, A.L. Myllyniemi,, D. Wasyl, M. Sunde, and F.M. Aarestrup. 2008. Prevalence of antimicrobial resistance among bacterial pathogens isolated from cattle in different European countries: 2002-2004. Acta Vet. Scand. 50:28
50:19
- Smet A., A. Martel, D. Persoons, J. Dewulf, M. Heyndrickx, B. Catry, L. Herman, F. Haesebrouck, and P. Butaye. 2008. Diversity of extended-spectrum-β-lactamases and class C β-lactamases among cloacal Escherichia coli in Belgian broiler farms. Antimicrob. Agents Chemother., 52:1238-1243.

2005
- Vandekerchove D., F. Vandemaele, C. Adriaensen, M. Zaleska, J.-P. Hernalsteens, L. De Baets, P. Butaye, F. Van Immerseel, P. Wattiau, J. Mast, B. Goddeeris, and F. Pasman. 2005. Virulence-associated traits in avian Escherichia coli: comparison between isolates from colibacillosis-affected and clinically healthy layer flocks. Vet. Microbiol., 108:75-87.

2004
- Vandekerchove D., De Herdt P., Laevens H., Butaye P., Meulemans G., Pasmans F. 2004. Significance of interactions between Escherichia coli and respiratory pathogens in layer hen flocks suffering from colibacillosis-associated mortality. Avian Pathology, 33:298-303.