Afdrukken E-mail

West-Nijlvirus

West-Nijlvirus

ALGEMENE INFORMATIE :

  • Virus ; Flaviviridae ; Mosquito-borne Flavivirus ; Japanese encephalitis antigenic complex group
  • Aangifteplichtige ziekte: Ja voor paarden

IN EEN PAAR LIJNEN :

Het West-Nijlvirus (WNV), een arbovirus overgedragen door muggen, behoort tot de Flaviridae-familie (genus Flavivirus). Het is serologisch geclassificeerd in het Japanse encefalitis (JE) antigeen complex dat 4 verwante virussen bevat die infecties van het centrale zenuwstelsel veroorzaken:Japanese Encephalitisvirus in Azië, St. Louis-encefalitisvirus in Noord- en Zuid-Amerika, en Murray-Valley encefalitisvirus in Australië.

 

Het werd voor het eerst geïsoleerd in de West-Nijlprovincie van Oeganda in 1937 uit het bloed van een vrouw die leed aan een milde koortsachtige ziekte. Tot het einde van de jaren ‘90 werd de West-Nijlziekte (WN) beschouwd als een klein risico voor mensen en paarden omdat het enkel sporadisch verscheen. Sinds 1996, het jaar van de eerste grote uitbraak in Roemenië, gekenmerkt door een groot aantal menselijke neuro-invasieve ziekten en na de ontdekking van WNV in New York City in 1999, is WN-koorts een belangrijke zorg geworden voor de openbare gezondheid en die van vee in Europa. In Europa, recente uitbraken die paarden en/of mensen troffen, zijn opgetekend in Frankrijk (2000, 2003, 2004, 2006), Italië (1998, 2008, 2009, 2011, 2012), Hongarije (2003, 2008), Spanje (2010, 2011), Rusland (van 1999 tot 2010) en Griekenland (2010, 2011).

 

West-Nijl virus wordt voornamelijk overgedragen door de beten van besmette muggen, die zelf het virus opdoen door zich te voeden met besmette vogels. Nadat vrouwelijke muggen bloed opnemen van besmette vogels, plant het virus zich voort in het darmkanaal en speekselklier van de mug en wordt het overgedragen in speeksel tijdens daaropvolgende beten.

 

De voornaamste infectieoverbrengers zijn de ornithofiele muggen van het genus Culex, maar het virus werd soms ook geïsoleerd van andere geleedpotigen zoals de teek. Vogels zijn de reservoirs van West-Nijl virus en de belangrijke versterkende gastheren.

 

Besmette mensen en paarden (bijkomende gastheren) ontwikkelen een zwakke kortetermijnsviremie. Als gevolg daarvan zijn deze gastheren niet in staat het virus over te dragen aan muggen en worden ze beschouwd als doodlopende gastheren die niet bijdragen tot de overdrachtscyclus. Veel paardeninfecties zijn subklinisch of onmerkbaar en ongeveer 10% van de besmette paarden ontwikkelen een klinische neuro-invasieve ziekte die zich uit in ataxie, onvermogen rechtop te staan en verlamming van meerdere ledematen. West-Nijlvirus

Het sterftecijfer van besmette paarden kan oplopen tot 50%.

 

Er zijn acht genetische groepen beschreven. Groep 1 omvat stammen van het West Nile Virus afkomstig uit verschillende geografische streken en deze virussen zijn verantwoordelijk voor de meeste humane en paardenencefalitisepidemieën. Bij vogels is in Noordamerikaanse epidemieën aangetoond dat het trekvogels zijn, meer bepaalde de corvidae, die het gevoeligst zijn voor de WN ziekte.

 

Tot voor kort werden virussen van de groep 2 enkel geïsoleerd in Afrika ten zuiden van de Sahara en Madagascar en werden ze niet verbonden met neurologische ziekten. Een virus van de groep 2, dat voor het eerst in 2004 werd geïsoleerd bij roofvogels in Hongarije en bij diezelfde vogelsoorten in Oostenrijk in 2008 en 2009 tot sterfte had geleid, werd evenwel verantwoordelijk geacht voor talrijke gevallen van fatale encefalitis in de zomers van 2010-2011 bij mensen in het noorden van Griekenland. Een stam van groep 2, genetisch verwant aan de stammen die geïsoleerd werden in Hongarije en Griekenland, circuleerde ook in Italië in 2011 waar het één humaan geval van WN koorts en meerdere klinische gevallen bij paarden heeft veroorzaakt. Bovendien werd in 2004, 2007 en 2010 een stam van groep 2 geïdentificeerd bij WNV encefalitische koortsgevallen in Rusland. Het epidemiologische belang van groepen 3 tot 8 is ofwel beperkt of tot dusver niet bekend.

 

ROL VAN HET CODA-CERVA :

Belgisch nationaal referentielaboratorium voor West-Nijlvirus bij paarden .

  • DIAGNOSE

- Virologische diagnose: paarden en vogels

- Real-time RT-PCR

- Virusisolatie

- Serologische diagnose

- ELISA, seroneutralisatie: paarden en vogels

  • EXPERTISE

Het CODA-CERVA ontwikkelt instrumenten die de diagnose van het West-Nijlvirus toelaten en beschikt over een bioveilige infrastructuur die de experimentele infectie van vogels toelaat.


WETENSCHAPPELIJK TEAM :

Bénédicte Lambrecht

Maha Dridi


CODA-CERVA  PUBLICATIES :

2006

Mast J., van den Berg T., Letellier C., Kerkhofs P. & Meulemans G. Electron microscopic demonstration of a reovirus-like agent in carrion crows (Corvus corone) associated with clinical symptoms similar to West Nile virus infection. (2006) Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 75, 3, 235-238.

2013
Dridi M., D. Vangeluwe, S. Lecollinet, T. van den Berg and B. Lambrecht. (2013) Experimental infection of Carrion crows (Corvus corone) with two European West Nile virus (WNV) strains. Veterinary Microbiology, 165, 1-2, 160-6.