Afdrukken E-mail

Onderzoeksthema : Bacteriologie


BacteriologieSamen met de referentietaken en de diagnostische activiteiten van de referentielaboratoria, is het wetenschappelijk onderzoek een essentiële hoeksteen van de Operationele Directie Bacteriële Ziekten. Op die manier wordt immers de noodzakelijke expertise opgebouwd die ten dienste van de autoriteiten kan worden gesteld.


De volgende onderzoeksthema's zijn prioritair:

  • Genitopathologie bij herkauwers

Sinds 2003 is België officieel vrij van Brucellose. De officiële monitoring, de kwaliteit van de serologische testen en de eradicatie van positieve dieren hebben ertoe geleid dat deze zoönose aan belang verliest, maar toch blijft het een belangrijkste aandachtspunt van het referentielaboratorium en van het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen). In december 2010 en in 2012 dook de ziekte plots terug op in ons land, wat aantoont dat de dreiging blijft bestaan en dat de laboratoriumcapaciteit moet gewaarborgd blijven. Voor een overzicht van de actuele toestand en de maatregelen die het FAVV neemt bij een uitbraak van brucellose verwijzen we naar hun website.

 

Na de vele gevallen van Q koorts (C.burnetti) in Nederland sinds 2007, groeide de belangstelling ervoor ook in ons land. Ondertussen neemt onze interesse voor leptospirose eveneens toe, als differentiaal diagnose voor verwerpingen bij rund, schaap en geit.

 

De belangrijkste taken van de dienst Bacteriële Zoonoses van de Nutsdieren is de validatie en de verbetering van de diagnostische tools.

  • Mycobacteriën

Alhoewel België officieel vrij is van rundertuberculose (M. bovis) worden er gemiddeld elk jaar een vijftal haarden vastgesteld, met uitzondering van 2010 waarin geen enkele haard werd geïdentificeerd. De bewaking van rundertuberculose berust vooral op de intradermotest, maar er wordt ook beroep gedaan op de interferon-gamma (IFN-test). Deze test, die een maat is voor de cellulaire immuniteit van het dier, wordt enkel in het NRL (de Dienst Bacteriële Zoönoses van de Nutsdieren) uitgevoerd.

Bacteriologie

 

In het kader van een dalende prevalentie worden nieuwe modellen voor de surveillance bestudeerd in samenwerking met CDD-ERA en het FAVV. Hierbij wordt de performantie van de bestaande serologische testen geëvalueerd en worden moleculaire testen voor de detectie van M. bovis ingevoerd. Daarnast is de studie van de problematiek van atypische Mycobacteriuminfecties bij het varken is opgestart, zowel voor wat betreft de bacteriologie, serologie als moleculaire testen.

 

Ook voor paratuberculose (M. avium subsp. paratuberculosis) wordt aan de verbetering van de IFN-test gewerkt.

 

Voor wat betreft de andere pathogenen die door het laboratorium worden opgevolgd, krijgt de diagnostiek van besmettelijke baarmoederontsteking bij het paard [CEM] meer aandacht.

  • Antibioticumresistentie

De opvolging van de antibioticumresistentie bij Salmonella, E. coli en andere kiemen van landbouwdieren leidt tot het identificeren van opkomende resistentieprofielen. Op deze manier kunnen gerichte onderzoeken worden opgestart, zoals b.v. gebeurd is voor cephalosporineresistentie bij Salmonella Virchow en Infantis, en voor ESBL resistentie bij E. coli van pluimvee en andere diersoorten.

 

Het onderzoek op de dierlijke variant van methicillin resistente Staphylococcus aureus (MRSA) heeft ook op het CODA-CERVA een hoge vlucht genomen sinds het aantonen van deze kiem bij varkenshouders in Nederland in 2006. Zowel epidemiologische studies als onderzoeksprojecten over de detectie, identificatie en spreiding van MRSA en andere Staphylococcus aureus isolaten van varkens en runderen werden opgestart. Bijzondere aandacht gaat naar alternatieve bestrijdingsmaatregelen, zoals bacteriofagen en faaglysines.

 

Sinds 2011 heeft het FAVV monitoringprogramma's opgezet, namelijk voor de resistentiebepalingen bij E. coli en Enterokokken van pluimvee, varken, runderen en vleeskalveren, en voor het voorkomen van MRSA bij varkens maar ook bij pluimvee en runderen (alternerend per jaar). Alle resistentiebepalingen en de typering van de isolaten gebeuren in het NRL antibioticumresistentie (Dienst Voedselgebonden en hoogpathogene zoönoses en Antibioticumresistentie).

  • Hoogpathogene bacteriën


Het CODA-CERVA (de Dienst Voedselgebonden en hoogpathogene zoönoses en Antibioticumresistentie) is het enige laboratorium in België dat over de nodige vergunningen en infrastructuur beschikt om B. anthracis en Yersinia spp in cultuur te brengen. Sinds het verzenden van anthrax brieven in de VS in 2001 heeft het laboratorium zich toegelegd op de diagnostiek van B. anthracis en andere hoogpathogene bacteriën die als bioterroristische agentia gebruikt kunnen worden, o.a. door de ontwikkeling van een methode die de gelijktijdige detectie van B. anthracis, Y. pestis, F. tularensis, Brucella, C. burnetii, B. pseudomallei en B. mallei toelaat. Het laboratorium ontwikkelt dan ook moleculaire technieken die hiervoor kunnen aangewend worden: multiplex PCR, DNA-array.

 

De overleving van Y. pestis in de omgeving is een nieuw onderwerp van onderzoek dat werd opgestart en dat moet leiden tot betere diagnosemethoden en het versterken van onze positie als nationaal referentielabortium (NRL) voor deze bioveiligheid klasse 3 kiem.

  • Voedingsgebonden zoönosen


Als NRL voor Salmonella in de dierlijke productie (Dienst Voedselgebonden en hoogpathogene zoönoses en Antibioticumresistentie) worden alle isolaten van voedselproducerende dieren naar het CODA-CERVA gestuurd voor serotypering. Op die manier is een uitgebreide collectie van stammen beschikbaar die voor wetenschappelijk onderzoek kan gebruikt worden. De validatie van de commerciële kit PremiTest® Salmonella (DSM), die de genotypische serotypering van Salmonella toelaat door middel van micro-array, aan de hand van deze collectie, is daar een goed voorbeeld van.

Bacteriologie

 

De studie naar de diagnose van zoönotische E. coli (O157 en andere serotypes) en andere agentia die de voedselketen kunnen contamineren, is eveneens een belangrijke activiteit van het CODA.